Het leven van ons eten

Afgelopen 3 weken heb ik genoten van mijn welverdiende vakantie. Geen gegarandeerde zon en geen luxe privé stranden met clubs en prosecco, maar een zogenaamde “farm holiday”. Eerst bij kennissen op een agrarisch bedrijf, en de afgelopen 2 weken in Devon aan de rand van Exmoor National Park in Engeland. Deze laatste plek heeft een speciale betekenis want hier deed ik als student, 20 jaar geleden,  mijn eerste diergeneeskundige ervaringen op. Inmiddels zijn er 1000 schapen, 3000 vrije uitloop leghennen 20 koeien, diverse stieren, 2 varkens en  jacht- en werkhonden in kennels en in huis 4 honden. En hoewel het niet verwacht wordt, help je automatisch mee met de dagelijkse werkzaamheden. Want de kippen leggen nou eenmaal eieren en die moeten 2 maal daags in trays gelegd worden, de schapen moeten verplaatst, gevaccineerd en ontwormd. Kortom, er is nooit geen werk op een boerderij en ook geen nine to five mentaliteit.

Hard werkende mensen die dat niet altijd beloond zien, omdat nou eenmaal de marktprijzen voor graan, eieren, schapenvlees niet top zijn. Je krijgt dan ook een andere kijk op het omgaan met de dieren op zo’n farm. De liefde voor de dieren is even groot als bij ons stadsmensen maar er wordt niet zo truttig gedaan. In Nederland wordt al snel iets zielig gevonden in de omgang met dieren. Schapen, koeien, kippen en varkens hebben ook een economische waarde, naast de emotionele waarde. Zo was er op de farm een favoriet schaap, die naast het leveren van lammetjes en de wol wellicht toch ooit in de Schotse haggis komt. De border collies die de schapen helpen drijven, slapen buiten in kennels, leven in een kleine roedel en vechten om wie de baas is. Ze  kennen geen tafelmanieren en worden opgevoed en afgericht als werkhond en zijn als huishond ongeschikt, niets meer en niets minder. Maar hoe mooi is het om de kalfjes bij de koeien te zien drinken op de uitgestrekte velden, dat zie je in Nederland niet meer. Ook mooi om de hennen overal buiten de afrastering te zien en in de avond de “chicken-run” te zien als het voertijd is. Als dieren zo’n dierwaardig leven hebben geleid, dan heb ik ook helemaal geen moeite met het eten van een mals stukje spiervlees omdat we nu eenmaal praktisch boven aan de voedselketen staan en ons eigen eten moeten produceren. De lammetje hebben een prachtig leven, de hennen heerlijk buiten en zij mogen als echte scharrelkippen gezien worden. Maar als je scharrelt; dan ben je wel een makkelijke prooi voor de vos of das of havik. De natuur geeft en neemt, niet zeuren, de kat eet ook muizen! Zolang er maar evenwicht is; tegenwoordig noemen we dit duurzaam.

Maar wat te zeggen van onze vis- en vlees consumptiemoraal: in Zuid Amerika eten ze cavia’s die wij  als huisdieren houden. In China en Vietnam is hondenvlees een delicatesse, maar hier is het een absoluut taboe. Met kerst liggen onze supermarkten vol met springbok, kangoeroe en rendiervlees, maar walvisjacht is taboe.

Zeg het maar.. waar begint de waarheid en waar de hypocrisie. Partij voor de dieren: eat your heart out!